Sep 26 2009

De beeldenstorm en de kathedralen

Nico-Dirk van Loo

image_phpeql1mq

De afgelopen weken heb ik jullie lastig gevallen met een al maar langer wordende serie blogposts over weten, twijfel en geloven.  In deze post beloofde ik gedachten over geloven, weten en twijfel maar had nog geen idee waar ik uit zou komen. Toen ik met de eerste post echt klaar was bleek ik een gedachtenlijn geschetst te hebben waarin alle spreken over god menselijk en daarmee een afgodendienst was. Als we dit voor de eenvoud zien als een lijn met aan de rechter kant de orthodoxie en aan de linker kant de vrijzinnigheid dan blijkt Klaas Hendrikse  nogal links te zitten. Maar zitten Peter en Boele ergens in het midden? Stappen zij eerder van de gedachtelijn af dan Klaas ? Waar sta ik op de lijn? Heeft de gedachtenlijn recht van bestaan? In een volgende post heb ik even een uitstapje gemaakt naar de wetenschap omdat zowel orthodoxie als vrijzinnigheid forse uitspraken doen op basis van wetenschappelijke gegevens en conclusies daaruit. Maar “helaas” is het wel zo dat twijfel het hart is van de wetenschap; alle geloof dat zich baseert op wetenschap is gedoemd te twijfelen. In de post daarna ging het over de kathedraal zelf, Boele kwam tot het besef dat de kathedraal afgebroken moest worden omdat ze fout gebouwd was: Tot op het diepste niveau van zijn bestaan realiseerde hij zich dat de werkelijkheid en de kathedraal niet meer bij elkaar pasten en geheel terecht liet hij de kathedraal instorten. Ik blijf worstelen omdat ingestort of niet Boele blijft binnen de kaders van het menselijke denken. In de volgende post probeer ik de kathedraal te verlaten maar kom tot de conclusie dat mijn eigen traditie niet altijd behulpzaam is en ook een uitverkoop van het meubilair schiet niet echt op, ik blijf zitten met menselijk denken over die menselijke kathedraal waarin we iets over god willen zeggen.

Boele en Klaas hebben de kathedraal van het zeker weten verlaten zo zeggen ze helder,  ik geloof alleen niet dat ze de kathedraal van de mens verlaten hebben. Klaas is daar het meest helder in en uiteindelijk Boele, als ik hem goed begrijp ook. Ik geloof eerder dat ze de ene onleefbare kathedraal hebben vervangen door een nieuwe beter leefbare waarmee ze goed uit de voeten kunnen, eentje die voor hen  al zoekend zin geeft aan de weerbarstige werkelijkheid.  En ik ben het met hun op een hele serie punten eens dat de nieuwe kathedraal leefbaarder is.

Maar mijn worsteling blijft:  Het is afgodendienst in de zuiverste zin van het woord: Mensen die over god spreken, de predikant als heidense priester. Ook deze kathedraal is uiteindelijk onleefbaar. Of om het nog scherper te stellen, de mens als moordenaar van god volgens Nietzsche. Beroemd is de passage met gek met z’n lantaarn uit “de vrolijke wetenschap” die ons vertelt dat wíj god vermoord hebben, Het behoort tot de machtigste proza uit de menselijke geschiedenis maar ik weiger Nietzsche gelijk te geven.

Het bijzondere is dat Boele en Klaas ook weigeren Nietzsche gelijk te geven. Voor Nietsche is god dood, voor Klaas leeft hij in alle levenden die het lef hebben op weg te gaan en Boele ziet god als eerste in Jezus en vervolgens in al zijn volgelingen. Hierin hebben zowel Boele als Klaas een raak punt: Ze hebben een uitweg gevonden uit het dilemma dat tot Nietsche leidt. Maar, als ik beiden goed begrijp, blijven ze onderweg dé spelregel van de verlichting respecteren: De mens staat centraal.

En al lezend in het Boek kan ik uiteindelijk daar niet mee uit de voeten. Ik wil vasthouden aan het onmogelijke, het onbeschrijfelijke, het onbestaanbare:  De absoluut Andere kwam in Jezus. God brak in in onze menselijke wereld: God werd mens. Het verhaal van Paulus onderweg naar Damascus vind ik een fantastische analogie: Verblindend breekt Jezus ons menselijke denken open en laat ons ter aarde storten. Vervolgens kunnen we niet veel meer dan tastend onze weg gaan, gedompeld in een vertrouwend op de Geest die ogen opent.

Waarom wil ik geloven in de werkelijkheid van wat niet kan? Omdat het de enige manier is waarop ik chocola kan maken van dat vreemde verhaal in dat bijzondere boek. De tekst dwingt me er bijna toe. Het is voor mij de enige manier waarop ik een verhaal van hoop en gerechtigheid kan vinden in de bijbel. Het is ook een verhaal waarmee ik iets kan met die duizenden jaren van geloofs geschiedenis die mij zijn voorgegaan. Op die manier kan ik het Koninkrijk als werkelijkheid nu en in de toekomst kan zien. Het is een verhaal waarin het leven van de zwakke centraal staat, het is een verhaal dat verleidt tot een leven van geven en overgave. Het is een verhaal waarin het onmogelijke mogelijk is: De goddelijke inbraak.

Het is ook een verhaal dat voorbij de orthodoxe- en meer vrijzinnige kathedraal gaat, beiden verkruimelen onder het gewicht van het onmogelijke. Beide schema’s worden tentoon gesteld als idolen. Ik geloof dat zowel Klaas als Boele nog een stapje verder de postmoderniteit in kunnen: Het aanvaarden van het onmogelijke als mogelijk. De Gift, het Messiaanse verlangen én de passie voor de (bijbelse) tekst (Derrida), de irrationaliteit van het bijbelse narratief (Lyotard) én de bevestiging van Foucaults machts denken door de totale overgave van Jezus. Het is slecht een korte lijst aan leerzame gedachten uit een verdergaand postmodern denken.

Ik geloof een verhaal, geen dogmatisch systeem. Ik geloof dat  God een persoon is en geen idee, hij is mens en toont zich in mensen. God ís én tegelijkertijd is Hij er alleen in mensen en relaties. Die paradox leidt zeker tot een leven lang zoeken en worstelen. Geen twijfel in rationele zin maar een levenslang verlangen én een levenslange verwondering. En, ja zeker, je ontdekt het pas als je op weg gaat: God gaat namelijk met mensen om.  Het is ook een verhaal waar geloven en weten niet meer tegenover elkaar staan, het is een verhaal van verlangen en verwonderen.

En zo gooi ik elementen van Klaas, Boele én Andries in één labyrint waarvan we nooit het einde zullen bereiken. Ik wil niet op de gedachtelijn gaan staan die ik in mijn eerste post schetste (of dat gelukt is valt te bezien) De gedachtelijn zelf is onjuist, ze sluit de mogelijkheid van het onmogelijke uit. Daarmee doet ze volgens mij onrecht aan het verhaal van het Boek.  Maar als dat zo is dan raast een postmoderne beeldenstorm door beide kathedralen. Zowel de orthodoxe als de ‘vrijzinnige’ zouden beide wel eens kathedralen van de menselijke zekerheid kunnen zijn.  Het is een pijnlijke beeldenstorm die continue onze goden en kathedralen  deconstrueert en altijd  eindigt in de zachte avond koelte: “Adam, waar ben je?”.


Sep 16 2009

Uitverkoop van de kathedraal

Nico-Dirk van Loo

In “Van de kaart” houdt Boele op charmante wijze een soort uitverkoop van de kathedraal van het zeker weten. In korte en felle pennestreken schetst hij een heleboel heidense magie, matige exegese, kale traditie of basale psychologische en sociale processen die in sommige christelijke tradities doorgaan voor “goddelijk gegeven”.

Soms schetst Boele bewust een karikatuur die genuanceerd kan worden. Hij heeft echter groot gelijk dat de karikatuur op veel christenen van toepassing is: In veel kerken is er een soort ‘volksgeloof’ (alhoewel het meer denigrerend klinkt dan ik bedoel kan ik even niet om de term heen) dat veel wegheeft van dogmatisch simplisme. In mijn eigen kerk ken ik velen die vooral goed zijn in het citeren van belijdenissen, liturgische formulieren en sleutelteksten uit Romeinen. Terwijl dezelfde mensen toch moeilijk uit de voeten kunnen met de ruimte van alle 66 boeken. Is dat fout? Ik vind van wel. Ik zit in een kerk die een dogmatisch systeem belangrijker vindt dan de bijbel. Althans dat is de uitkomst van het geheel van het rijke vrijgemaakte leven in onze locale gemeente. Gezien mijn ervaringen in gereformeerd, evangelisch en charismatisch Nederland lijkt dit een algemener probleem.

Ik heb een lang lopen worstelen met Boele’s uitverkoop, ook met die van Klaas Hendrikse. Ik worstel er vooral mee omdat ik zoveel herken maar vervolgens ergens anders uitkom. De eerste keer dat ik bijvoorbeeld van Anselmus hoorde en voelde ik me zwaar genaaid. Waarom was er nog nooit een dominee geweest die in de preek ook zei wat hij al lang wist sinds z’n propedeuse?  Al was hij het met Anselmus eens dan nog was het netjes geweest om dat ook te zeggen. Ook basale bijbelse theologie die ik meekreeg van Diana’s theologische studie leverde veel frustratie op richting (GKV en evangelische) predikanten. Waar haalden ze het lef vandaan om dé uitleg te claimen, hoe kan het bestaan dat een gemeenschap zo sterk gericht is op die ene Boodschap die men één-op-één via de belijdenissen uit de bijbel haalt.  Ooit van hermeneutiek gehoord? Zou het geen kwaad kunnen om iets meer respect te tonen voor de tékst van de bijbel? Ooit was er toch de kreet sola scriptura? Kortom, ik kan net als Boele en Klaas ook mijn eigen uitverkoop houden, Peter heeft er trouwens ook al eentje.

De uitverkoop van Boele en nog sterker die van Klaas levert ook veel reactie op. Voor sommige schrijvers is het een rode lap waar ze maar al te graag op aanvallen. Dat is jammer, het fenomeen kathedraal is de centrale worsteling van Boele en niet zo zeer wat er nu precies in staat. Maar ja, de vaak orthodoxe schrijvers wonen zelf in de kathedraal van het zeker weten. Ze zien voor de zoveelste keer een “liberale rakker” aan de weer met de kerkbanken, preekstoel, doopvont en avondmaalstafel die ze (na Kuitert cs) net weer zo mooi opgepoetst hadden. Ik vind het spijtig dat weinig orthodoxe schrijvers tot nu toe de kathedraal zelf eens onderhanden nemen.

Ik realiseer me dat mijn uitverkoop van de kathedraal er anders uitziet als die van Boele en ook anders dan die van Klaas. Naast de herkenning van een heilzame en noodzakelijk uitverkoop is er dus ook een beetje vervreemding. Veel dingen die Boele graag verkoopt zie ik liever blijven, zij het vaak in nogal minder karikaturale vorm. Maar waarom het ene wel en het andere niet? Is dat een glijdende schaal met aan de ene kant de hersteld vrijgemaakte orthodoxie en aan de andere kant Klaas en ergens in het midden zit ik?

Ik heb niet zo veel met die glijdende schaal, het is namelijk een schaal die beperkt blijft tot de menselijke vlakte waarbij Klaas en ook Boele zich ten minste zich realiseren dat zij slechts met moeite een zinnig woord over god kunnen spreken. Mijn spanning zit erin dat ik me zo goed mogelijk wil realiseren dat ik als mens inderdaad nauwelijks een zinnig woord over God kan spreken maar dat ik het niet kan nalaten te doen.  Wat dat betreft volg ik Augustinus denk ik die spreekt over de rusteloosheid naar god.

Dan komen de gedachtes van Miranda en ook Wilmer over der Heilige Geest toch weer om de hoek. Dan komt Jezus opeens in beeld. Maar hoe ik dat moet opschrijven weet ik nog niet, dat komt de komende dagen.


Sep 15 2009

De vrijmaking uit de kathedraal?

Nico-Dirk van Loo

In een vorige post heb ik de gedachtelijn uitgewerkt dat mensen slechts afgoden kunnen dienen, de volgende post benadrukte het continue twijfelen van “geloven op basis van weten”. De derde post combineerde beide in de opbouw én onzin van de “kathedraal van het menselijk denken.” Nu een paar gedachtes over dat gotisch blok graniet waaraan ik als mens geketend ben en hoe daar eventueel af te komen. (Met mijn excuses dat het allemaal wat lang duurt, maar pas als ik het snap kan ik kort en bondig zijn…… Dus als ik uitgekletst ben zal ik de stapel posts samenvatten in een paar honderd woorden….)

Ik ben een derde generatie van een gereformeerd vrijgemaakt geslacht, onderwezen aan de voeten van de vrijgemaakte scholen, ik ben een vrucht van de hoogtijdagen die ontstonden nadat deze en gene dissident buiten het verband was gezet. En nu sta ik met een mond vol lege woorden in een doodstille kathedraal. Mijn smalle vrijgemaakte traditie biedt geen uitkomst bij deze vrijmaking. In tegendeel, de drive om een consistent construct van geloven en leven te ontwikkelen was een bepalende factor bij de vrijmaking en de ontwikkeling van het vrijgemaakte leven. Dit alles is nu eenmaal gebeurd, het is geschiedenis met z’n goede en foute pagina’s. Maar het typisch vrijgemaakte manier van denken die her en der nog voortwoekert gaat niet helpen de kathedraal te verlaten.

Moet ik dan verder terug in het gereformeerde denken? Kuyper? Je kunt enkele proto-postmoderne gedachtes bij hem ontwaren maar als dat alles is? Hij was toch wel erg modernistisch. Dooyeweerd dan? Zijn denken levert stof tot serieus nadenken en stelt allerlei lastige vragen aan de kathedraal maar ik weet er te weinig van om er nu  mee uit de voeten te kunnen. Mijn beperkte kennis moet dan meteen een sprong maken naar de gereformeerde belijdenisgeschriften van de 16e en 17e eeuw om dan meteen ook keihard te landen in de tijd en invloed van de verlichting. En daar had ik nu net een probleem mee.

Is het ook mogelijk om de kathedraal te slopen en op de oude fundamenten iets beters neer te zetten? Volgens mij niet, de fundamenten zijn gevormd binnen het menselijke kader.  Herbouw daarbovenop zal onvermijdelijk leiden tot een nieuw menselijk bouwwerk, weer “mensen die over god praten”

Klaas Hendrikse blijft, nadrukkelijk binnen het menselijke kader en ziet god op vele plaatsen onderweg in de rijke menselijke religieuze tradities.  Boele blijft ook binnen menselijke kaders maar ziet zeer nadrukkelijk op Jezus. Hij herkent Jezus in vele van zijn volgelingen en zoekt zo het Koninkrijk. Beiden zien principieel in mensen en dan met name het handelen van mensen “iets van het goddelijke” (Klaas ) of  “iets van Jezus en Gods Koninkrijk”  (Boele). Maar beiden blijven worstelen met het uitdrukken van god binnen menselijke kaders. En bieden ze nog geen echte uitkomst uit “mijn”  kathedraal van het menselijk denken.

Hier komt een beetje van de aap uit de mouw rondom die kathedralen. Ik heb, onderweg een iets andere kathedraal gebouwd dan Boele. Daar ga ik de volgende post aan wijden. Want daar zit volgens mij ook een fors stuk van de  “orthodoxe irritatie” met Boele’s boek.


Sep 14 2009

De kathedraal

Nico-Dirk van Loo

Deze blog past in een serie posts rondom geloven, weten en twijfel. Zie hier voor overzicht. Voor overzicht van alle blogs die hier aandacht aangaven kun je hier beginnen.  De discussie begon met Boele ’s boek “Van de Kaart” waarin hij verslag doet zijn geloofscrisis. Op indringende wijze doet hij verslag van de onmogelijkheid om te blijven geloven in een aantal van zijn geloofszekerheden. Door de crisis heen doet Boele de (her) ontdekking van Jezus en Gods Koninkrijk.

In deze post wil ik aan de slag met de “kathedraal van het zeker weten” zoals eerder gezegd weet ik nog niet waar ik uit ga komen. Ook voor mij is deze serie posts een verrassing.

In zijn boek neemt Boele (als ik hem goed begrijp) de kathedraal onder andere als beeld van de objectieve claims waarmee menigeen zijn/haar geloof onderbouwt: Mensen willen met de bijbel in de hand de gedachten van God begrijpen en daar vanuit dan ook leven. Wat Boele betreft is dit niet nodig én niet mogelijk.

Wetenschappers bouwen ook graag kathedralen, we noemen het dan wetenschappelijke modellen maar uiteindelijk zijn het onze professionele heiligdommen die bekroond worden in mooie wetenschappelijke artikelen met hoge impactfactoren. En in die heiligdommen wonen en werken we dan, we bouwen hele onderzoeksgroepen op om de kathedraal nog mooier en grootser te maken. Totdat een slimme promovendus of postdoc een ontdekking doe die het hele model in elkaar doet storten. Het leven van de ongelukkige kan even een hel zijn maar als de groep lef(dat hoeft niet zo te zijn) heeft dan sloopt men de kathedraal en bouwt men een nieuwe en betere. Sinds ‘Babel’ zijn mensen nu eenmaal onverbeterlijke dromers en modellenbouwers.En zo bouwt de mens sinds mensenheugenis en zal zij dat ook zo blijven doen. Vandaar ook dat het gevaarlijk is om je geloof met wetenschap te onderbouwen. Wetenschap bouwt alleen maar kaartenhuizen. Zoals ik al aangaf in een eerdere post.

Boele’s kathedraal bleek ook een kaartenhuis en stortte uiteindelijk in. Hij deed net als die arme AIO een ontdekking die niet past in het model. Voor zowel de AIO als Boele liepen theorie en praktijk te ver bij elkaar vandaan, de kloof werd te groot.  En dus moet het model op de schop. De wetenschapsfilosofie heeft veel aandacht besteed aan dit soort processen met Kuhn als meest bekende voorbeeld.

Ik zie ook niet hoe dat anders kan. Het is wat mij betreft onmogelijk om epistomologische zekerheid uit de bijbel te halen, of het nu van de orthodoxe of de meer liberale soort is. Beiden zijn onmogelijk. We doen dan iets met de bijbel wat het boek, mijns inziens, niet toe staat. Zowel de Jesus Seminar als de orthodoxie die de goddelijke letter exact wil volgen staan op hetzelfde wiebelige fundament gebouwd met kaarten. Beiden nemen uiteindelijk het menselijke denken als uitgangspunt. Beiden zijn kinderen van de verlichting, uiteindelijk beperken beiden zich tot het menselijke denkraam. De orthodoxie mag dan beweren van niet maar ik ben bang dat ze met open ogen in dezelfde menselijke val is getrapt. Ze leven beiden een platte wereld waar alles wat “over boven gezegd wordt van beneden komt“. Een wereld waarin geen plaats is voor god maar slechts voor menselijke afgoden.

Met deze gedachtelijn trek ik de kathedraal als metafoor misschien in een iets andere richting dan Boele tot nu toe deed. Ik maak haar tot een idool, een afgod van het menselijke denken. Afgodendienst zit ons kennelijk in het bloed. God zei tegen Mozes dat zijn volk Israël met Hem onderweg moeten gaan, maar binnen de kortste keren stond het volk te dansen om een gouden kalf. Of om het in nieuw testamentische termen te formuleren: Christus nodigde ons het Koninkrijk te bouwen maar uiteindelijk stonden we te praisen in de kathedraal.

Ook ik heb het dus nogal gehad met deze kathedraal maar kan ik haar überhaupt verlaten? Kan ik (al dan niet profetisch) uitspreken dat ze ingestort is? Kan ik zeven maal om haar heen lopen en dan juichen om haar einde? Of ben ik zelf een steen van de kathedraal? Een levende steen in een dode kathedraal? Of een dode in een dode?  Hoe kan ik vanuit de kathedraal komen in het Koninkrijk? Hoe wordt ik vrijgemaakt?


Sep 7 2009

Steenhouwers

Nico-Dirk van Loo

Met enige regelmaat vraag ik me af waar ik nu mee bezig ben; waar we als emergers mee bezig zijn. En dan is het verhaal dat ik vanmorgen las wel weer leerzaam:

Lang, lang geleden reisde zenmeester Joji door de Kobe-vallei. Op een dag zag hij een man aan het werk in een steengroeve. Nieuwsgierig liep hij op de arbeider toe en vroeg wat hij aan het doen was. De man keek niet op en rgomde: “Dat zie je toch, ik hak stenen.” Jojij vervolgde zijn weg en kwam opnieuw langs een steengroeve en zag ook daar een man aan het werk, omgeven door een grote berg stenen. Jojij vroeg hem naar de aard van zijn arbeid. De man keek op, glimlachte en zei: “Ik hak stenen in deze steengroeve en daarmee voed ik mijzelf en mijn gezin.” Jojij bedankte hem en ging heen. Toen de zon op haar hoogste punt was aangekomen zocht Joji de schaduw op van een derde steengroeve. Ook daar was een man aan het werk,  omgeven door nog hogere stapels stenen. Ook aan deze man vroeg Jojij wat hij aan het doen was. De man stond op, bood zijn gast een koele dronk aan, en zei: “Ik neem het gesteente uit deze groeve en vorm het om tot bouwstenen. Met het geld dat ik daarmee verdien voed ik mijzelf, mijn gezin en mijn schoonfamilie die bij mij is ingetrokken. Maar als u echt wilt weten dat ik doe, moet u nog twee dagen verder reizen. Daar bouwen ze met mijn stenen een prachtige, heilige tempel.”

 


Jul 21 2009

God in the Gallery, hoofdstuk 2

Nico-Dirk van Loo

naamloos

Vandaag weer een weergave van het churchandpomo blog over Dan Siedell’s boek:

The fact that I have no authority to make grand pronouncements will not keep me from doing so: God in the Gallery is the starting point for the future of the Christianity and art conversation, at least (or especially) in the North American evangelical, not to mention post-evangelical, milieu. I am consequently grateful to participate in this forum which, following James’ opening remarks on the importance of informed engagement, now proceeds to the topic of “modern” art, which I understand to be distinguishable from postmodern or contemporary art (beginning c. 1960), a topic which Siedell addresses in later chapters.

An analogy to describe Siedell’s aim in this chapter can be found in the task of historians, such as Edward Grant, who seeks to show the undeniable, but normatively ignored, Christian backdrop of modern science. But while there are many scholars at work correcting the doggedly secularized narrative of science, there are far fewer, if any, doing the same for the history of art, let alone the history of modern art. Siedell seeks to fill this lacuna, describing his agenda as follows: “A history of modern art can be written that reveals that Christianity in all its myriad cultural and material manifestations is never absent from the modern artist.”

Lees hier verder.


Jul 10 2009

Shane Claiborne dit najaar in NL

Nico-Dirk van Loo

shane_claiborne_edit_resize

Naar alle waarschijnlijkheid komt Shane Claiborne eind oktober naar NL. Hij zal een tour doen door Europa en op initiatief van Jan Wolsheimer komt Shane naar alle waarschijnlijkheid ook naar Nederland. De verwachting is dat op vrijdag 30 oktober overdag (sorry op zaterdag kon echt niet) er een event zal zijn in Diemen.

Verdere informatie zal te vinden zijn op de blog van Jan en op de website van Emerging Netwerk.


Jul 7 2009

Carl Raschke on the force of Art

Nico-Dirk van Loo

kadinsky

Mijn relatie met Carl Raschke is een beetje vreemd, we verschillen een volle generatie, leven aan verschillende kanten van de oceaan en hij heeft echt verstand van filosofie en ikke niet. En toch is het altijd goed als we elkaar ontmoeten. We hebben plezier, steken door naar het persoonlijke en leren van elkaar (ik meer van hem dan hij van mij) over filosofie, gerechtigheid en kunst.

Hier weer zo’n leermoment(voor mij):

Deconstruction and the Force of Language

Ever since I finished with my graduate seminar on Derrida this past spring I’ve been looking quite differently at what was always at stake in “post-structuralism” – what years ago we called postmodernism in philosophy before the latter word took hold.  The term “postmodernism” gained currency after Lyotard publishedThe Postmodern Condition: A Report on Knowledge in the mid-1980s.. In this particular seminar I had some of the best and the brightest, and a few of them in their innocent enthusiasm for exploring the giddy vastness of “Derrida-world” called my attention to some important misuses of the evolving Derridean canon that became necessary in their own right to deconstruct.

What my students showed me toward the end of the term is that we have misappropriated the fashion of “deconstructively” reading texts as some new kind of critical theory, which we regularly, and sometimes ruthlessly, apply to structures of meaning and authority as well as forms  of organization.  That would of course include the church, and the ongoing effort to “deconstruct” Christianity, or “churchianity”, is one of the things I have in mind.

Lees hier verder.



Jul 1 2009

In memoriam opa Kruit (1917-2009)

Nico-Dirk van Loo

opakruit

Vannacht is de vader van mijn moeder overleden, mijn opa Kruit. De laatste  twee jaar was zijn gezondheid broos geworden en ook zijn belevingswereld gekrompen tot een paar herinneringen aan z’n jeugd, zijn stoel en oom Wim bij wie hij woonde.

Opa is geboren in Zuidbroek als zoon van een Groningse boerenknecht, onderin de maatschappij van die tijd. Dit werd nog eens versterkt toen zijn vader arbeidsongeschikt werd. Toen hij begin 20 was pleegde z’n moeder zelfmoord.  Als jongen wilde hij altijd graag arts worden maar daar was helaas geen geld voor, wel kon hij met geld van de familie naar de kweekschool. Hij trouwde met z’n ‘popke’ en ze woonden in Uithuizermeeden, Ulrum, Maasluis, Rotterdam en Capelle a/d IJssel. Opa was en bleef een onderwijzer tot aan de voorloper van de huidige GSR. Ondertussen werden mijn moeder en mijn oom geboren, mijn moeder werd sociaal econome en mijn oom werd arts, zo trad de zoon in de sporen waar z’n vader had willen gaan.

Mijn vroegste herinneringen aan mijn opa zijn van een vrolijke oude man die hoorde bij een lieve kleine oma en vooral een oom waar je heerlijk mee kon ravotten. Ook herinner ik me hem vooral als iemand die voor oma zorgde en mee leed met haar pijn door ernstige reuma. Haar lijdensweg en haar dood markeerden volgens mij zijn verdere leven, die markering werd volgens mij een diepe wond omdat in zijn beleving veel kerkmensen hen lieten zitten. En ik geloof dat hij daarin een goed punt had, zeker was hij niet het meest eenvoudig om mee om te gaan maar in een gemeenschap van het Koninkrijk mag men verwachten dat de ene gebrokene de andere gebrokene ondersteunt op de weg naar het nieuwe Jeruzalem.

Opa en de kerk, in het bijzonder dominee’s en ouderlingen, dat was een verhaal apart. Opa was jarenlang ouderling in GKV Rotterdam-Centrum zijn mooiste belevenissen waren met wijlen ds. D.K. Wielinga. Beide mannen waren goed bevriend en sindsdien werd iedere dominee langs de ‘DKW lat’ gelegd en jammerlijk te licht bevonden. Zeker in latere jaren was mijn opa niet altijd barmhartig denk ik, menig ouderling en predikant heeft zitten zweten op de bank tegenover opa. Maar ik moet toegeven dat hij vaak wel een punt had. De laatste jaren was er echter iets bijzonders te bespeuren, veel jongere GKV predikanten bleken erg goed in de smaak te vallen “Gewoon goede exegese en geen gezemel” zei opa Kruit ooit eens over een junior van 25 jaar. Uit zijn mond zo ongeveer het grootste compliment dat een predikant kan krijgen. Opa voelde zich vooral gereformeerd maar voor zover ik weet kon hij niet echt blij zijn met al die kerk scheuringen.

Bijzonder aan mijn opa vond ik zijn liefde voor de Alpen: Decennia lang wandelde hij met oom Wim twee weken lang door de bergen. Dagen van 1000 meter dalen en stijgen waren dan eerder regel dan uitzondering, iets wat hij vol hield tot voorbij de leeftijd van de zeer sterken. Ergens vanaf z’n zeventigste gingen hij en oom Wim ook de gehele wereld over tot aan beren en walvissen in Alaska. Steeds weer stond de natuur centraal en ze bezochten ook alle belangrijke culturele plaatsen van Europa. Hij kon honderduit vertellen over de schoonheid van de Michelangelo’s en de Carravagio’s maar evenzeer van hun maandelijkse bezoek aan de Doelen in Rotterdam of hun enorme verzameling goede klassieke muziek. Ik vermoed dat de liefde voor natuur en kunst rechtstreeks werd gevoed uit zijn geloof en feitelijk aanbidding was.

Ik zit nu in de Alpen op een kunstenaarsconferentie in de koelte van de kapel van Schloss Mittersill, op een bankje voor het altaar. Op ooghoogte kijkt Jezus met doornen gekroond mij aan. Over Jezus hoorde ik mijn opa niet veel spreken, ooit stoorde ik mij daaraan. Hij praatte zo veel over de kerk die hem lief was en ik vroeg me dan af hoe zit dat dan met die Heer van die kerk? Toen ik zes maanden bij hem thuis woonde leerde ik dat achter zijn passie voor de kerk een omgang met God lag waar hij geen woorden voor had, ze schoten te kort. Op opa’s negentigste verjaardag las mijn vader psalm 91 “Ik zal bevrijden wie mij liefheeft en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is. Roep je mij aan, ik geef antwoord, in de nood zal ik bij je zijn, je bevrijden en met roem overladen. Ik zal je redding zijn.” Woorden die ons als familie en een toen al broze opa diep raakten.

Buiten de kapel in de warme zomermiddag wachten Diana en vrienden rustig tot ik klaar ben met mijn “In memoriam”. Ik verwerk een klein stukje van het verlies van mijn opa en ook de hele generatie van mijn grootouders, zij zijn net als ik geborgen in Jezus. In Hem is ook de zekerheid van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.


Jun 16 2009

Van de Kaart

Nico-Dirk van Loo

Ergens in 2007 vond ik Boele’s blog via zijn adwords die ik vond op de Telegraaf site (als ambtenaar MOET je de telegraaf lezen, daarin kun je een fors deel van de werkpakket voorspellen). Net daarvoor had ik de Graham Wards’ Blackwell companion to Postmodern Theology gelezen met daarin een bijzonder aansprekend artikel over postliberale theologie en hoe in een postmoderne context zowel de orthodoxe als liberale theologie zichzelf moeten herontdekken en elkaar dan ook kunnen vinden. Niet lang daarna zat ik in Siddeburen koffie en bier te drinken om de avond af te sluiten met patat van de patatboer die iedere vrijdag in Siddeburen is. Sindsdien hebben we menig uur met elkaar gesproken via Skype, op een terrasje in Wageningen of ergens als er weer iets leuks te doen was.

Boele is de eerste christen en theoloog die niet zo in elkaar zit als alle anderen die ik ken. Want uiteindelijk is de emerging/missionaire/gemeentestichtende gemeenschap toch best wel orthodox en niet bijster ruimdenkend op de orthodox-liberale wiebelige schaal/hellendvlak/zeepbaan. En eigenlijk weet ik ook niet precies hoe ruimdenkend ik nu eigenlijk ben. Als ik Andries Knevel hoor spreken over de “redelijkheid van het christelijk geloof” en Klaas Hendrikse over Jezus hoor spreken dan waardeer ik beide broeders en voel me ook bij beiden een beetje ongemakkelijk.

Mede dankzij Boele is er een geheel nieuwe en gruwelijk spannende wereld open gegaan, een wereld waar ik als GKV jongentje alleen op straffe van het hellevuur mocht binnen gaan. En nu lees ik dan allerlei minder ‘orthodoxe’ theologen en filosofen die leerzaam en uitdagen zijn, waar ik het toch wel erg vaak mee eens ben en soms ook effe niet. Kennelijk wordt de soep toch niet zo heet gegeten als mij voorgehouden is, in tegendeel ik ontdek nieuwe wegen van de Geest: Zo sterk zelfs dat ik sommige porties oude soep niet meer te pruimen vind. En dat is toch ook wel weer een bijzondere ervaring.

Het machtige van “Van de Kaart” vond ik dat je als lezer je gaat afvragen op welke kaart je nu eigenlijk zit en zo nee wat dan? Vooral de Kathedraal van het zeker weten deed me denken aan mijn eigen fascinatie met de gereformeerde theologie. Eigenlijk is het moleculair biologische model (da’s mijn vak) net zo iets als de gereformeerde theologie: een mooie theoretische constructie, een model van het onbegrijpelijke. De theologie werkt net als de biologie met een set tools en construeert dan iets: een model. Da’s leuk, je kunt het verifieren en falsifieren en er heel lang met heel veel wijn en whisky over spreken totdat het uiteindelijk blijkt niet veel meer te zijn dan raaskallen. Maar het zijn modellen, vereenvoudigingen van ‘iets’  dat zo Anders is dat er geen woorden voor zijn. Als kind en tiener was ik me van dit alles niet echt bewust, ik geloofde en had geleerd dat je dat formuleerde in de helige drieenheid van ellende-verlossing-dankbaarheid. Ik leefde in de blije GKV subcultuur. Tijdens mijn studie kwamen er kleine scheurtjes in dit alles, maar net zoals ik leefde binnen in het biologische model ging ik ook leven in het theologische model naar gereformeerde snit. Ergens in mijn twintiger jaren ben ik deze kathedraal in gevlucht, de wereld uit en als een bange hond had ik me opgesloten in het gereformeerde theologie.

Daar in mijn kathedraal van het zeker weten heb ik een kleine tien jaar gewoond om er bijna te sterven. Ik weet eigenlijk niet goed hoe ik eruit gekomen ben. Ik denk via de crypte van de bijbelse theologie of zo, dat vreemde boek met die verhalen die mijn vertrouwen wel waard bleken te zijn. Dat boek verhaalde over een Mens, een volk en een wereld. Verhalen die me uiteindelijk zoveel meer grepen dan de theologische modellen. Boele is de voordeur uitgerend, uit een kathedraal die ik herken en die niet helemaal de mijne is. We hebben verschillende dingen achtergelaten en ook wel het een en ander op onze vlucht meegenomen.

Eigenlijk weet ik niet zeker of ik wel helemaal ontsnapt ben, ik blijf namelijk steeds nieuwe modelletjes verzinnen. Nieuwe constructies van het veilige; andere inhoud zelfde lafheid (of is dat te hard geformuleerd?) steeds weer probeer ik Jezus te vangen en Gods Koninkrijk in kaart te brengen. Het is bizar: Enerzijds is het leerzaam om dit te doen anderzijds is het een vorm van afgodendienst. Tijdens mijn goede momenten heb ik mijn bijbel bij de hand en leef op de open vlakte van het zoekend geloven waar gaandeweg bron naar bron beschikbaar blijkt, op mijn kwade momenten snuffel ik door mijn boekenkast op zoek naar zekerheid. Op mijn kwade momenten denk ik al aangekomen te zijn op mijn goede momenten zoek ik Jezus, Gods Koninkrijk en gerechtigheid.

Van de kaart smeekt om nog veel meer reactie, dat komt vanzelf op een later moment, we moeten ons pas echt zorgen maken als er geen reactie meer komt…. want dan is de zoektocht opgehouden zonder dat we aangekomen zijn.