Feb
9
2009
Muenster
Afgelopen weekend waren we op een bijeenkomst van Europeese gemeentestichters. Op zaterdagmiddag gaf Stefan Lingott ons een korte tour door de stad. En dan kom je natuurlijk langs de grote kerk waar in de toren net boven de klok nog steeds de kooien hangen waarin de lijken van de drie anabaptischische leiders waren opgehangen nadat Muenster heroverd was door de roomse legers.
Natuurlijk is het een toeristische attractie en zullen velen het vooral zien als iets dat hoort bij de branding van Muenster.Toch liepen we er over door te praten: Martelwerktuigen en de kerk.
De kerk heeft zich vaak bediend van martelwerktuigen en nog steeds blijkt dat dwang een moeilijk uit te roeien fenomeen is in het Koninkrijk.
De kerk heeft zich vaak bediend van martelwerktuigen en nog steeds blijkt dat dwang een moeilijk uit te roeien fenomeen is in het Koninkrijk.
De grote kerk van Muenster zelf heeft de vorm van een kruis, martelwerktuig bij uitstek (voor wie meer wil weten is ‘The Passion of de Christ’ rillend beeldend), het staat centraal in de eredienst en wordt dagelijks door milioenen geslagen. De eerste christenen werden volgelingen ‘van de weg’ genoemd, door de eeuwen heen is hun weg vooral de weg van het kruis geweest met 2008 (bron: OpenDoors) als triest hoogtepunt.
De gruwelijke en schokkende dood van Jezus aan het kruis waarin zijn armen de wereld omvatten is een historisch voorbeeld van overgave en ‘de weg’ waardoor het Koninkrijk komt. Daar werd ultiem duidelijk dat het Koninkrijk zal komen via omarming en overgave. Het was en is het utlieme vertrouwen dat er recht gedaan zal worden en alle onrecht ook als zodanig benoemd zal worden.
De kooien in Muenster zijn de totale tegenstelling van het kruis. Geen overgave, geen leven dat het navolgen waard is. Maar de waanzin van geweld dat geweld oprieptotdat er slechts lijken overbleven.
Nu hangen de kooien er nog steeds, als een zelfvervloeking die (het beeld van) het lichaam van christus over zichzelf afroept; Drie kooien ten hemel geheven aan een kruiskerk.


