Obama, zaak 112 en God.
Barack Obama heeft de nobelprijs van de vrede gekregen terwijl de nominatie termijn sloot luttele dagen na zijn inauguratie. De man heeft nog “niks” gedaan en toch krijgt hij de meest prestigieuze prijs op aarde, waarom? Wat mij betreft omdat hij (al is het een vreemd amalgaan van American Dream met Jezus) in een verhaal van hoop leeft. Hij heeft laten zien, alleen al door een zwarte president te zijn, dat hij bereid is de eerste te zijn die toenadering zoekt, hij heeft als eerste z’n hand uitgestoken naar de rest van de wereld. En eigenlijk vindt ik het belangrijkst dat de droom verteld en geleefd wordt. Dan zien we wel of het daadwerkelijk tot vrede leidt (ik ben niet zo’n optimist). Zelfs al wordt het in de komende 4-8 jaar geen vrede in het Midden Oosten en ontwikkelt Iran toch echt een atoom wapen, er zijn stappen gezet naar gerechtigheid in hoop op vrede.
Recent had ik buurtbemiddelingszaak 112 in Dordrecht, een standaard geval waarbij irritatie en non communicatie resulteerden in burenruzie. Bijzonder was dat de klagende partij gedurende de overlast periode, lijsten bijhieldt waarop ze noteerde welke overlast en tot hoe laat en dat een aantal maanden lang. Ik heb de lijsten gezien, naar mijn idee overlast van het type “Tja mevrouw u woont in een flat en dat ruikt u de joint van de onderbuurman wel eens.” Eigenlijk zeurde de mevrouw gewoon. Maar het bemiddelingsgesprek was bijzonder: Met mislukte falikant, waarom? Omdat de klagende partij bleef hameren op de overlast en totaal niet bereid was om ook maar te zoeken naar een constructieve oplossing voor beide partijen. De klagende partij bleef de vicieuze cirkel van het conflict maar opbouwen. Alle trucs faalden, de klager zat vast in de klacht. Ik ging depri naar huis, vooral omdat de houding van de klagende partij zo pijnlijk was. We kunnen ervoor kiezen om in ons eigen egocentrisch verhaal te leven én we kunnen een verhaal leven waarbij we openstaan voor de ander.
Vroeger heb ik nog wel eens God vergeving gevraagd voor alle zonden die ik deed zonder dat ik het wist. Ik maakte me namelijk zorgen dat er s’nachts mogelijk onvergeven zonden zouden achterblijven. Daaracht zat een beeld van God die zonde lijstje bijhoudt; een soort hemelse boekhouder die iedere avond na mijn avondgebed de balans opmaakte. Toen ik van bemiddelingsgesprek 112 terugfietste moest ik aan die hemelse boekhouder denken. En ik realiseerde me dat God geen klager is en Jezus niet de procesbegeleider van een bemiddelingsgesprek tussen God en mensen. God weigerde in de vicieuze cirkel van vervreemding te stappen. Hij is een god van hoop en herstel die in Jezus dát verhaal van hoop tot léven gewekt heeft. Een verhaal van vrede dat de prijs van onze daden van navolging waard is.
De nobelprijs voor de vrede toont een enorme lijst met namen, van grootse mensen en organisaties (die ook soms hele foute dingen gedaan hebben) die uiteindelijk ervoor kozen om de vicieuze cirkel van hopeloos geweld en egocentrisme te verbreken: Door hun hart en hand uit te steken naar de ander. Eindeloos veel anderen hebben dat ook gedaan en stierven anoniem zonder ooit deze lauwerkrans te dragen. Deze twee dingen horen bij elkaar, enerzijds de hoop en anderzijds de wanhoop. En midden in die chaos loopt dan Jezus rondt; Ooit als jood in het romeinse rijk nu nog steeds in zijn navolgers: Ieder die hand en hart uitsteekt naar zijn naaste.


