Dec 21 2009

Verlangen naar het Koninkrijk

Nico-Dirk van Loo

Recent ben ik gevraagd om mijn droom voor de kerk voor 2020 en verder op te schrijven. Na wat worstelen was dit het resultaat:

My name is God and King, I am most in majesty, in whom no beginning may be and no end” zo opent God de musical Godspell (Schwartz&Tebelak, 1970). De mensheid antwoordt in de proloog met een menselijke kakofonie van Plato tot Nietsche. Dan blaast Johannes de Doper de snerpende Sjofar en het koor reageert met Prepare ye the way of the Lord.

Deze eerste minuten van Godspell schetsen een beeld voor mijn droom van de kerk: De gemeenschap van alle tijden en plaatsen die verlangt naar en leeft voor de Koning en Zijn heerschappij op aarde.  Mijn droom is een kerk die zich afkeert van, wat ik wil duiden als, haar obsessie voor haar zelfbehoud (individueel, institutioneel of subcultureel). Ik kan die obsessie niet (meer) rijmen met het bijbelse verhaal, zij staat wat mij betreft ook terecht onder kritiek van een aantal postmoderne filosofen. Tenslotte beschouw ik de obsessie als ongeloofwaardig nu de kerk geen rol meer speelt in de Nederlandse cultuur anders dan als mikpunt van spot danwel doekje voor het bloeden.

Met de komst van de 21ste eeuw is religie weer terug in het postchristelijke publieke domein dankzij een dubbele transformatie: Na de secularisatie kwam de hertovering. De christelijke subcultuur begint nu de eerste effecten te voelen van deze dubbele transformatie en worstelt er mee. De subcultuur is grofweg ontstaan als reactie op de secularisatie en heeft de tweede transformatie (nog) niet meegemaakt.  Ik pleit er niet voor dat de christelijke subcultuur nu versneld de tweede transformatie doormaakt, dan zou zij wederom kritiekloos en reactief zijn. De subcultuur zou dan na een nauwelijks kritische doordenking van de moderniteit naadloos overgaan naar de postmoderniteit (hypermoderniteit). Ik ben bang dat dit toch zal gebeuren tenzij de kerk zich afkeert het eerder genoemde egocentrisme en dat daardoor in 2020 de rol van de kerk nog verder gemarginaliseerd zal zijn.

Ik geloof dat de kerk voor de uitdaging van een dubbele en gelijktijdige reformatie staat: Van zichzelf en haar context. Semper reformanda of om in postmoderne termen te spreken: Een dubbele deconstructie, van zichzelf en haar omgeving, met het oog op de Koning en Zijn Koninkrijk. Het zal een ongelofelijk rommelig proces zijn dat ook nog eens samenvalt met het verder ineenstorten van vele iconen van de christelijke subcultuur.

Op weg gaan zonder zekerheid maar slechts in de hoop op aankomst is een cruciaal element van zowel het christelijk geloof als deconstructie. Om nu op weg te gaan zal de dubbele deconstructie zich tevreden moeten stellen met een plek in de marge van de Nederlandse maatschappij en de christelijke subcultuur. In die marge zijn de spannende experimenten mogelijk. Aan deze experimenten zou ik drie voorwaarden willen stellen. Als eerste duurzaamheid, een project zal eenvoudig voor langere tijd (10 jaar) vrijwel zelfstandig moeten kunnen draaien. Het is namelijk te verwachten dan in de toekomst de huidige support structuren zwakker zullen worden, vooral voor experimenten die verder af staan van de christelijke subcultuur. Ten tweede zal in het hart van een experiment gevormd moeten worden door de ontmoeting tussen context en kerk waarbij beide ter discussie mogen staan. Ten derde moet er een relatie zijn tussen het experiment de kerk die beiden voedt en aanspreekbaar houdt op het verhaal van Jezus en het Koninkrijk.

Prepare ye the way of the Lord was een droom die pas honderden jaren later in vervulling zou gaan. Voor het komend decennium droom ik van experimenten waardoor in het decennia daarna vanuit de randen van de Lage Landen iets zichtbaar wordt van het rijk van Hem wiens name is God and King.


Dec 8 2009

De hete brij van het koninkrijk

Nico-Dirk van Loo

Eigenlijk zijn alle emergers een stelletje zielige katten, die om de hete brij van Jezus en het Koninkrijk heen draaien. Rondom ons lopen talloze honden in de kerk. Zij blaffen luid en duidelijk over Jezus en van Gods Koninkrijk en doen de grote daden waardoor het Koninkrijk komt. Boeken, preken, weblogs en tweets vertellen dat iedere zondag de Geest aanwezig was en dat wonderen toonden dat het Koninkrijk er is. Klip en klaar kunnen we lezen en horen hoe het zit met het Koninkrijk.

Emergers kunnen daar niet tegen op, ze ploeteren meer dan ze pionieren. In het gunstigste geval lukt het ons om een verhaaltje te vertellen over het Koninkrijk maar meestal krabben en blazen we als iemand ons te dicht op de huid zit. Het enige wat we doen is mauwend om de hete pap van Jezus en het Koninkrijk heen lopen zonder nu eens de pap te eten. Het bewijs van de pap zit toch in het eten? Ze mauwen alleen maar over de ontdekking van de pap en piepen dat de pap eindeloos belangrijk is. We moeten het nu maar eens eindelijk toe geven: We hebben geen idee waar we het over hebben met al ons geschrijf en gepraat over het Koninkrijk. Zelfs die dingetjes die we doen stellen weinig voor: Die paar kilo fairtrade chocolade die we oppeuzelen of die paar liter biologische melk die we drinken? Die verdwaalde oudere die we helpen via st. Present of het plantsoentje via Serve the City? Dat stelletje minuscule gemeenschapjes die maar niet willen groeien? Kom op, vergeleken met de blaffende broeders zijn we een stelletje te luid mauwende katten.

Hoe komt dat nu dat emergers zo veel grote woorden gebruiken zonder heldere antwoorden te geven? Ik geloof niet dat het een nieuwe vorm van geestelijke lafbekkerij is. De oorzaak ligt een stuk dieper: Als eerste heeft vrijwel iedere emerger ervaren dat heldere antwoorden vrijwel altijd leiden tot harde oordelen. De geloofwaardigheid van veel heldere antwoorden is verdwenen omdat de antwoorden te vaak genadeloos misbruikt zijn. Ten tweede hebben we gemerkt dat er toch vele heldere antwoorden zijn te vinden over Jezus en het Koninkrijk.  Het is een simpel ervaringsfeit dat er vele heldere antwoorden zijn op die éne vraag “wie is Jezus” en “wat is het Koninkrijk”. De vele heldere antwoorden blijken vervolgens voort te komen uit de verschillende manieren waarop mensen het Verhaal van Jezus en het Koninkrijk betekenis geven. Het is dus niet zo eenvoudig om een eenduidig antwoord te geven op de vraag “wie is Jezus” en “wat is het Koninkrijk”.

Ik heb nog een derde reden om niet meteen met een eenduidig antwoord klaar te staan. Met het oude sola scriptura in de ene hand en in de andere een snel wisselende globale netwerk samenleving die continue nieuwe betekenissen genereert kan ik het Verhaal niet anders lezen als een echt verhaal. Een verhaal dat steeds weer opnieuw gelezen moet worden door mens en Geest in een onbegrijpelijke samenwerking. Een verhaal dat ik zonder schaamte kan benaderen en dat me steeds weer uitdaagt en beschuldigd. Het evangelie stuwt mij steeds weer tot betekenis die mij in beweging zet, een betekenis die dwingt tot bewogenheid. Er zit een bizarre gelukzalige dwang in het evangelie waar ik er steeds weer naar verlang en waarvoor ik steeds weer aarzel en terugdeins. Uiteindelijk zijn God en zijn Koninkrijk echt te heet om met mensenhanden aan te pakken en toch kunnen we het: Jezus deed het. Hij gaf zo letterlijk het Koninkrijk handen en voeten. Wat die honden betreft: Geef mijn portie maar aan fikkie. Ik wil proeven van de hete brij van het Koninkrijk en bij iedere hap zal ik mijn mond branden omdat de brij van het Koninkrijk echt te heet is.