In memoriam opa Kruit (1917-2009)
Vannacht is de vader van mijn moeder overleden, mijn opa Kruit. De laatste twee jaar was zijn gezondheid broos geworden en ook zijn belevingswereld gekrompen tot een paar herinneringen aan z’n jeugd, zijn stoel en oom Wim bij wie hij woonde.
Opa is geboren in Zuidbroek als zoon van een Groningse boerenknecht, onderin de maatschappij van die tijd. Dit werd nog eens versterkt toen zijn vader arbeidsongeschikt werd. Toen hij begin 20 was pleegde z’n moeder zelfmoord. Als jongen wilde hij altijd graag arts worden maar daar was helaas geen geld voor, wel kon hij met geld van de familie naar de kweekschool. Hij trouwde met z’n ‘popke’ en ze woonden in Uithuizermeeden, Ulrum, Maasluis, Rotterdam en Capelle a/d IJssel. Opa was en bleef een onderwijzer tot aan de voorloper van de huidige GSR. Ondertussen werden mijn moeder en mijn oom geboren, mijn moeder werd sociaal econome en mijn oom werd arts, zo trad de zoon in de sporen waar z’n vader had willen gaan.
Mijn vroegste herinneringen aan mijn opa zijn van een vrolijke oude man die hoorde bij een lieve kleine oma en vooral een oom waar je heerlijk mee kon ravotten. Ook herinner ik me hem vooral als iemand die voor oma zorgde en mee leed met haar pijn door ernstige reuma. Haar lijdensweg en haar dood markeerden volgens mij zijn verdere leven, die markering werd volgens mij een diepe wond omdat in zijn beleving veel kerkmensen hen lieten zitten. En ik geloof dat hij daarin een goed punt had, zeker was hij niet het meest eenvoudig om mee om te gaan maar in een gemeenschap van het Koninkrijk mag men verwachten dat de ene gebrokene de andere gebrokene ondersteunt op de weg naar het nieuwe Jeruzalem.
Opa en de kerk, in het bijzonder dominee’s en ouderlingen, dat was een verhaal apart. Opa was jarenlang ouderling in GKV Rotterdam-Centrum zijn mooiste belevenissen waren met wijlen ds. D.K. Wielinga. Beide mannen waren goed bevriend en sindsdien werd iedere dominee langs de ‘DKW lat’ gelegd en jammerlijk te licht bevonden. Zeker in latere jaren was mijn opa niet altijd barmhartig denk ik, menig ouderling en predikant heeft zitten zweten op de bank tegenover opa. Maar ik moet toegeven dat hij vaak wel een punt had. De laatste jaren was er echter iets bijzonders te bespeuren, veel jongere GKV predikanten bleken erg goed in de smaak te vallen “Gewoon goede exegese en geen gezemel” zei opa Kruit ooit eens over een junior van 25 jaar. Uit zijn mond zo ongeveer het grootste compliment dat een predikant kan krijgen. Opa voelde zich vooral gereformeerd maar voor zover ik weet kon hij niet echt blij zijn met al die kerk scheuringen.
Bijzonder aan mijn opa vond ik zijn liefde voor de Alpen: Decennia lang wandelde hij met oom Wim twee weken lang door de bergen. Dagen van 1000 meter dalen en stijgen waren dan eerder regel dan uitzondering, iets wat hij vol hield tot voorbij de leeftijd van de zeer sterken. Ergens vanaf z’n zeventigste gingen hij en oom Wim ook de gehele wereld over tot aan beren en walvissen in Alaska. Steeds weer stond de natuur centraal en ze bezochten ook alle belangrijke culturele plaatsen van Europa. Hij kon honderduit vertellen over de schoonheid van de Michelangelo’s en de Carravagio’s maar evenzeer van hun maandelijkse bezoek aan de Doelen in Rotterdam of hun enorme verzameling goede klassieke muziek. Ik vermoed dat de liefde voor natuur en kunst rechtstreeks werd gevoed uit zijn geloof en feitelijk aanbidding was.
Ik zit nu in de Alpen op een kunstenaarsconferentie in de koelte van de kapel van Schloss Mittersill, op een bankje voor het altaar. Op ooghoogte kijkt Jezus met doornen gekroond mij aan. Over Jezus hoorde ik mijn opa niet veel spreken, ooit stoorde ik mij daaraan. Hij praatte zo veel over de kerk die hem lief was en ik vroeg me dan af hoe zit dat dan met die Heer van die kerk? Toen ik zes maanden bij hem thuis woonde leerde ik dat achter zijn passie voor de kerk een omgang met God lag waar hij geen woorden voor had, ze schoten te kort. Op opa’s negentigste verjaardag las mijn vader psalm 91 “Ik zal bevrijden wie mij liefheeft en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is. Roep je mij aan, ik geef antwoord, in de nood zal ik bij je zijn, je bevrijden en met roem overladen. Ik zal je redding zijn.” Woorden die ons als familie en een toen al broze opa diep raakten.
Buiten de kapel in de warme zomermiddag wachten Diana en vrienden rustig tot ik klaar ben met mijn “In memoriam”. Ik verwerk een klein stukje van het verlies van mijn opa en ook de hele generatie van mijn grootouders, zij zijn net als ik geborgen in Jezus. In Hem is ook de zekerheid van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.









