De beeldenstorm en de kathedralen
De afgelopen weken heb ik jullie lastig gevallen met een al maar langer wordende serie blogposts over weten, twijfel en geloven. In deze post beloofde ik gedachten over geloven, weten en twijfel maar had nog geen idee waar ik uit zou komen. Toen ik met de eerste post echt klaar was bleek ik een gedachtenlijn geschetst te hebben waarin alle spreken over god menselijk en daarmee een afgodendienst was. Als we dit voor de eenvoud zien als een lijn met aan de rechter kant de orthodoxie en aan de linker kant de vrijzinnigheid dan blijkt Klaas Hendrikse nogal links te zitten. Maar zitten Peter en Boele ergens in het midden? Stappen zij eerder van de gedachtelijn af dan Klaas ? Waar sta ik op de lijn? Heeft de gedachtenlijn recht van bestaan? In een volgende post heb ik even een uitstapje gemaakt naar de wetenschap omdat zowel orthodoxie als vrijzinnigheid forse uitspraken doen op basis van wetenschappelijke gegevens en conclusies daaruit. Maar “helaas” is het wel zo dat twijfel het hart is van de wetenschap; alle geloof dat zich baseert op wetenschap is gedoemd te twijfelen. In de post daarna ging het over de kathedraal zelf, Boele kwam tot het besef dat de kathedraal afgebroken moest worden omdat ze fout gebouwd was: Tot op het diepste niveau van zijn bestaan realiseerde hij zich dat de werkelijkheid en de kathedraal niet meer bij elkaar pasten en geheel terecht liet hij de kathedraal instorten. Ik blijf worstelen omdat ingestort of niet Boele blijft binnen de kaders van het menselijke denken. In de volgende post probeer ik de kathedraal te verlaten maar kom tot de conclusie dat mijn eigen traditie niet altijd behulpzaam is en ook een uitverkoop van het meubilair schiet niet echt op, ik blijf zitten met menselijk denken over die menselijke kathedraal waarin we iets over god willen zeggen.
Boele en Klaas hebben de kathedraal van het zeker weten verlaten zo zeggen ze helder, ik geloof alleen niet dat ze de kathedraal van de mens verlaten hebben. Klaas is daar het meest helder in en uiteindelijk Boele, als ik hem goed begrijp ook. Ik geloof eerder dat ze de ene onleefbare kathedraal hebben vervangen door een nieuwe beter leefbare waarmee ze goed uit de voeten kunnen, eentje die voor hen al zoekend zin geeft aan de weerbarstige werkelijkheid. En ik ben het met hun op een hele serie punten eens dat de nieuwe kathedraal leefbaarder is.
Maar mijn worsteling blijft: Het is afgodendienst in de zuiverste zin van het woord: Mensen die over god spreken, de predikant als heidense priester. Ook deze kathedraal is uiteindelijk onleefbaar. Of om het nog scherper te stellen, de mens als moordenaar van god volgens Nietzsche. Beroemd is de passage met gek met z’n lantaarn uit “de vrolijke wetenschap” die ons vertelt dat wíj god vermoord hebben, Het behoort tot de machtigste proza uit de menselijke geschiedenis maar ik weiger Nietzsche gelijk te geven.
Het bijzondere is dat Boele en Klaas ook weigeren Nietzsche gelijk te geven. Voor Nietsche is god dood, voor Klaas leeft hij in alle levenden die het lef hebben op weg te gaan en Boele ziet god als eerste in Jezus en vervolgens in al zijn volgelingen. Hierin hebben zowel Boele als Klaas een raak punt: Ze hebben een uitweg gevonden uit het dilemma dat tot Nietsche leidt. Maar, als ik beiden goed begrijp, blijven ze onderweg dé spelregel van de verlichting respecteren: De mens staat centraal.
En al lezend in het Boek kan ik uiteindelijk daar niet mee uit de voeten. Ik wil vasthouden aan het onmogelijke, het onbeschrijfelijke, het onbestaanbare: De absoluut Andere kwam in Jezus. God brak in in onze menselijke wereld: God werd mens. Het verhaal van Paulus onderweg naar Damascus vind ik een fantastische analogie: Verblindend breekt Jezus ons menselijke denken open en laat ons ter aarde storten. Vervolgens kunnen we niet veel meer dan tastend onze weg gaan, gedompeld in een vertrouwend op de Geest die ogen opent.
Waarom wil ik geloven in de werkelijkheid van wat niet kan? Omdat het de enige manier is waarop ik chocola kan maken van dat vreemde verhaal in dat bijzondere boek. De tekst dwingt me er bijna toe. Het is voor mij de enige manier waarop ik een verhaal van hoop en gerechtigheid kan vinden in de bijbel. Het is ook een verhaal waarmee ik iets kan met die duizenden jaren van geloofs geschiedenis die mij zijn voorgegaan. Op die manier kan ik het Koninkrijk als werkelijkheid nu en in de toekomst kan zien. Het is een verhaal waarin het leven van de zwakke centraal staat, het is een verhaal dat verleidt tot een leven van geven en overgave. Het is een verhaal waarin het onmogelijke mogelijk is: De goddelijke inbraak.
Het is ook een verhaal dat voorbij de orthodoxe- en meer vrijzinnige kathedraal gaat, beiden verkruimelen onder het gewicht van het onmogelijke. Beide schema’s worden tentoon gesteld als idolen. Ik geloof dat zowel Klaas als Boele nog een stapje verder de postmoderniteit in kunnen: Het aanvaarden van het onmogelijke als mogelijk. De Gift, het Messiaanse verlangen én de passie voor de (bijbelse) tekst (Derrida), de irrationaliteit van het bijbelse narratief (Lyotard) én de bevestiging van Foucaults machts denken door de totale overgave van Jezus. Het is slecht een korte lijst aan leerzame gedachten uit een verdergaand postmodern denken.
Ik geloof een verhaal, geen dogmatisch systeem. Ik geloof dat God een persoon is en geen idee, hij is mens en toont zich in mensen. God ís én tegelijkertijd is Hij er alleen in mensen en relaties. Die paradox leidt zeker tot een leven lang zoeken en worstelen. Geen twijfel in rationele zin maar een levenslang verlangen én een levenslange verwondering. En, ja zeker, je ontdekt het pas als je op weg gaat: God gaat namelijk met mensen om. Het is ook een verhaal waar geloven en weten niet meer tegenover elkaar staan, het is een verhaal van verlangen en verwonderen.
En zo gooi ik elementen van Klaas, Boele én Andries in één labyrint waarvan we nooit het einde zullen bereiken. Ik wil niet op de gedachtelijn gaan staan die ik in mijn eerste post schetste (of dat gelukt is valt te bezien) De gedachtelijn zelf is onjuist, ze sluit de mogelijkheid van het onmogelijke uit. Daarmee doet ze volgens mij onrecht aan het verhaal van het Boek. Maar als dat zo is dan raast een postmoderne beeldenstorm door beide kathedralen. Zowel de orthodoxe als de ‘vrijzinnige’ zouden beide wel eens kathedralen van de menselijke zekerheid kunnen zijn. Het is een pijnlijke beeldenstorm die continue onze goden en kathedralen deconstrueert en altijd eindigt in de zachte avond koelte: “Adam, waar ben je?”.



