God, Geert and the Kingdom (II)
Het schilderij waarvan in de header een detail staat is van Annibale Carraci, Domine quo vadis? uit 1602. Volgens de traditie vluchtte Petrus de stad Rome uit tijdens de vervolgingen onder Nero. Onderweg ontmoette hij Jezus die met een kruis op z’n rug de andere kant op ging. En Petrus vroeg: “Heer, wat gaat u doen?” Waarop Jezus antwoordde “De stad in om in jou plaats voor de tweede keer gekruisigd te worden” Deze woorden deden Petrus besluiten om terug te keren en in Rome te blijven om uiteindelijk ook gekruisigd te worden. Afgelopen woensdag gebruikte ik het schilderij van Carraci als een illustratie van de navolging van Christus. Een navolging die ons de christelijke subcultuur(Jeruzalem) uitdrijft de wereld(Rome) in: Onze roeping ligt in Rome en niet in Jeruzalem. De kruisiging bij Jeruzalem heeft al plaats gevonden.
Aan ons is de navolging in Rome, met het risico van kruisiging. Het vreemde is dat ik niet leef met de angst van kruisiging in Rome, ik leef met de angst van kruisiging door Jeruzalem. Ik leef met de angst voor christenen. Waar ben ik dan bang voor? Angst dat fondsen die ik voor ons project nodig denk te hebben niet komen, angst voor foute theologie, angst om goede vrienden kwijt te raken. Ik leef met de angst dat de diversiteit binnen Emerging/Missionair NL te groot wordt om de relaties instand te houden. Stuart sprak afgelopen woensdag over “affirm instead of critisize“, als ik leef uit angst voor kruisiging in Jeruzalem dan zie ik de christenen als vijand, de christelijke subcultuur als vijandelijk terrein en kan ik dus alleen maar kritiek leveren.
Nu doet die angst (de slechtste raadgever) iets heel bizars met mij: Ik verlang ernaar om in Rome te leven maar de angst voor de kruisiging door Jeruzalem drijft me terug naar Jeruzalem: Ik val terug op mijn bekende en overgeleverde patronen van theologisch gebaseerde scheidslijnen. Het ironische natuurlijk dat mijn verlangen naar het leven in Rome uiteindelijk niet geaccepteerd zal worden binnen de muren van Jeruzalem zodat mijn grootste angst toch weer werkelijkheid zal worden (tenzij ik verval tot een missionaire wannabe/zombie).
Gedreven door die angst en op weg naar Jeruzalem ontmoet ik Jezus en voor de zoveelste keer nodigt Hij me tot omkeren, metanoia, bekering, herörientatie op Hem en Zijn Koninkrijk. Als Paulus stort ik van mij emerging stokpaard en keer op blote voeten terug naar Rome. Onderweg komt ik een paar mede wandelaars tegen; Eline, Peter, Roos, Eef, Boele, Daniël, Sebastiaan, Jos, Jan, Ronald, Stefan, Johan, Charissa, Henk, Lindsey, Ro, Arthur, Kees en talloze anderen, in de verte zie ik ook een bont internationaal gezelschap. Allen zijn we opweg naar de poorten van Rome. In onze rugzakken zitten de stenen van Jeruzalem, onderweg bespreken we welke stenen ons hinderen in de navolging, we ruilen stenen en ontdekken onderweg nieuwe stenen in het veld. Uiteindelijk hebben we allemaal een draagbare rugzak met een praktische lichtgewicht kampeer uitrusting waarmee we onderweg zijn.
Het beeld van een groep reizigers onderweg naar Rome spreekt me aan. Ik zou het jammer vinden als de oude theologische scheidslijnen zoals ze gelden in Jeruzalem (orthodox/liberaal/charismatisch/baptist/gereformeerd/etc etc) in missionair NL weer de boventoon gaan voeren. Ik weet donders goed dat er allerlei theologische verschillen zitten in de emerging/missionaire context van NL en menigeen draagt een rugzak met een uitrusting die fors anders is dan de mijne. Daar zit ik niet mee, mijn focus is Rome en niet Jeruzalem. Ik geloof stiekum dat als we in Rome zijn aangekomen deze stad ons allen zo sterk zal veranderen(en wij haar) dat we uiteindelijk verbaasd zullen staan.
Er lopen niet zo veel Nederlanders bewust op de gemeentestichtende/missionaire/emerging weg naar Rome. Voor ieder van hen wil ik in de bres staan, voor hen opkomen en hen wil ik verdedingen of het nu tegen Rome is of tegen Jeruzalem, ieder van hen wil ik helpen als ze struikelen. Op hen wil ik vertrouwen. Ik ben het af en toe echt niet met ze eens maar ik wil luisteren naar ieder van hen en van hen leren, ik wil door hen gecorrigeerd kunnen worden én samen met hen een pilsje pakken. Met hén en vele anderen wil ik in Rome leven zoekend naar het Koninkrijk.
Ik heb me nooit gerealiseerd dat 10 december een bijzondere dag is onderweg naar Gods Koninkrijk.
Niet zozeer omdat de kerk zulke bijzondere dingen doet op die dag, ik kon zelfs geen heilige voor vandaag vinden. Maar als het gaat om herstel van het goede, een zoektocht naar recht en rechtvaardigheid is dit toch wel een toffe dag.
Uitreiking van de Nobelprijs voor de vrede
Uitreiking van de Nobelprijs voor de natuurkunde
Uitreiking van de Nobelprijs voor de chemie
Uitreiking van de Nobelprijs voor de geneeskunde
Uitreiking van de Nobelprijs voor de economie (Zweedse rijksbank)
Uitreiking van de Nobelprijs voor de literatuur
Als je die lange lijst van namen leest en wat die mannen en vrouwen gedaan hebben dan wordt ik stil. Enerzijds de grootste dingen die gedaan zijn anderzijds de enorme ellende en al het onrecht dat erachter ligt. Lees de lijst van de Nobel prijs van de vrede eens door of die van de
geneeskunde, kleine en bescheiden antwoorden op onnoemelijk veel dood, verderf en leed.
Verder werd op 10 dec 1948, dus zestig jaar geleden, de universele verklaring van de rechten van de mens aangenomen. Het is een soort grondwet geworden van rechten voor de seculiere mens. Als deze dingen moeten worden opgeschreven omdat ze nog steeds niet gegarandeerd zijn dan is dat wel het bewijs dat het Koninkrijk er nog niet is.
De nobelprijzen en de mensenrechten, belangrijke stappen onderweg naar een betere wereld. Hoop in de chaos. Het zijn ook stappen opweg naar Gods Koninkrijk waar Jezus Heer zal zijn.
Ik wil leven in het verhaal van de lijdende Knecht en de opgestane Heer en niet vanuit het seculiere verhaal maar ik wil altijd zoeken naar coalities van vrede. Volgens mij hebben we op 10 dec twee grootse coalities van vrede te pakken.
Kijk ook eens op www.vlammenvoorvrijheid.nl
Binnen gemeentestichtend, missionair en emerging NL zijn weinigen die de mixed-economy een slecht idee vinden: Accepteer dat er nieuwe kerken/fresh expressions ontstaan naast de reeds bestaande kerken en stimuleer de relaties tussen die twee.
Daarom wil ik de zaak maar eens nog lastiger maken. Ik wil pleiten voor een triple economy.
Het Koninkrijk van God lijkt in NL heel praktisch te zijn opgedeeld in een blank en niet-blank deel, een soort geestelijke apartheid. Het blanke deel nogal rijk en duf, het niet-blanke deel aanzienlijk minder rijk en veel veel pittiger. En vergeef me als ik er naast zit maar ik dacht dat Gods Koninkrijk gaat over ieder taal, stam, tong of natie.
Ik heb alleen een klein probleem ik heb geen idee hoe we dit moeten aanpakken; de culturele en theologische verschillen zijn aanzienlijk (vandaar ook die geestelijke apartheid). Daniel en Tanja de Wolf van Thugz Church geven leiding aan een niet-blanke kerk maar juist zij zijn ook doordrongen van deze kloof.
Volgens mij moeten we maar eens beginnen met de kloof de kloof te noemen en te dromen over een kleurrijk Koninkrijk met z’n triple economy.
Vandaag eens een zware post die ik vond bij The Immanent Frame.
Last week as I listened, along with many other Americans and others around the world, to President Bush’s most recent effort to reassure us about the current economic meltdown I had a “Road to Damascus” moment. It happened as I heard Bush repeat the word “faith”: faith in America’s institutions, faith in its workers, faith in capitalism, faith in our capacity to survive other disasters (such as 1929 and 2001). And, of course, the faith we needed to weather the recent crisis and get to the other side, such faith, in Bush’s rhetoric, being not only the need of the moment but the fulcrum for the journey to recovery.
I instantly saw that a great feat in reverse discourse engineering had occurred: we had moved into the era of the “Faith-Based Economy.” Many of us had already developed a certain worry about the place of “faith” in the Bush administration’s weird form of ecumenical evangelism, which had used the idea of faith-based organizations to allow the covert infiltration of a certain brand of religion into American civic life, with a definite bias towards white, Protestant, evangelical forms rather than say, to Muslim, Catholic, Jewish, Hindu or Rastafarian forms.
Lees hier de rest van het stuk
maar die mensen, h’m dan is ” In alle redelijkheid” nog een stapje te ver.
Waarom zijn, naar mijn onbescheiden mening, er wel veel nieuwe kerken maar weinig vernieuwende?
Ik wil een aantal resultaten van Martijn’s scriptie eruit pikken:
1. Nummeriek gezien heeft het evangelisch/charismatisch deel van christelijk Nl de leiding bij gemeentestichting.
2. Er wordt door 75% van de gemeentestichtingen geen of weinig vooronderzoek gedaan.
3. Negentig procent van de gemeentestichtingen heeft een missionair motief.
4. Een kwart van de projecten zoekt ook een vernieuwing van de kerk.
5. De meest genoemde voorbeelden zijn Bill Hybels, Rick Warren, Tim Keller en Stuart Murray
6. Veel van de problemen tijdens gemeentestichting hebben betrekking op typische kerk zaken: zoals liturgie.
7. Iets meer dan de helft(60%) geeft aan dat “de boodschap verkondingen”het belangrijkst is.
8. Evenzoveel respondenten menen dat de bijbel direct toepasbaar is op onze situatie
9. Terwijl meer dan 80% behoudend contextueel is, dzw dat de context van de gemeentestichting maar een zeer beperkte rol speelt bij de opzet en inhoud van de gemeentestichting.
10. Meer dan 280 gemeentestichtingen en het eind is nog niet in zicht.
11. Concentratie van gemeentestichtingen in de bible-belt
Als ik deze resultaten overzie ben ik zowel blij als verdrietig. Blij om iedere gemeente die gesticht wordt, iedere gelovige die gedoopt wordt en iedere volgeling van Jezus. Verdrietig omdat volgens mij de meeste gemeentestichtingen nog opereren vanuit het perspectief van de christelijke subcultuur.
Nu is dat op zich nog niet heel dramatisch, in de praktijk opereren veel gemeentestichters zo dicht bij hun context dat een heleboel contextualisatie ongemerkt en onuitgesproken plaats vindt; met gebed en gezond verstand. De werkelijkheid is hoop ik niet zo scherp. Mogelijk zit het probleem meer bij de beleidsmakers en bestuurders, die zitten natuurlijk dichter bij het “kloppende” hart van het christendom.
Alleen geloof ik dat het “kloppend” hart van het christendom al een paar hartaanvallen heeft gehad en het slechts wachten is op de fatale klap. Gemeentestichting zoals we nu veelal doen is weinig meer dan het dotteren van een doodzieke patient. Een laatste en wanhopige sprint voordat het Einde komt.
Ik geloof dat we verder moeten voorbij de christelijke subculuur en ons niet blindstaren en op de schouder kloppen om de grote aantallen gemeentestichting. Voor we het weten, jubelen we over de laatste stuiptrekkingen van een lichaam dat nog nietin de gaten heeft dat het stervende is.
Dankzij de bijzondere link tussen Rick’s verhaal en Martijn’s verhaal is er een soort magie ontstaan. Het grappige is dat Rick met z’n liedjes, volgens mij,historisch gezien niet iets revolutionair nieuws doet: Zolang de kerk bestaat heeft zij de Jannen Smit van haar omgeving ingezet voor het Koninkrijk. In zekere zin staat Rick in een lange traditie van liturgen.
Voor hedendaagse de Nederlander en het kerklid is het kennelijk wel revolutionair dat hij stukken uit de cultuur buiten de kerk oppikt en inzet voor het Koninkrijk. Waar christelijk Nederland zichzelf dood consumeert in Hillsong klonen ging Rick opzoek naar graziger weiden.
Terug naar de scriptie van Martijn. Als eerste is het heerlijk om het boekwerk in handen te hebben. De afgelopen maanden heb ik een aantal versies voorbij zien komen en nu is het dan eindelijk af!! Mijn hartelijke felicitaties en complimenten. Het is een mooi stuk werk met wat mij betreft een lastige boodschap.
Mijn stelling is dat Martijn pijnlijk duidelijk heeft gemaakt dat er wel veel nieuwe kerken zijn maar weinig vernieuwende, ik zie dat als een serieus probleem.
Nu het mediageweld rondom Martijn’s afstudeerscriptie is verdwenen is het misschien tijd om de scriptie eens te lezen en te kijken wat we er nu aan hebben.
Maar eerst toch een opmerking over het mediageweld. De hoeveelheid aandacht is opvallend. Het was natuurlijk komkommertijd maar toch…. Al zie vier redenen: Martijn’s verhaal samen met Rick’s verhaal (1) biedt een relatie met het dagelijkse leven en cultuur (Jan Smit), (2) Staat weer eens een kritische noot toe richting de kerk, (3) Geeft een verrassend bericht uit de christelijke subcultuur waar de meeste mensen geen weet van hebben (gemeentestichting in forse aantallen), (4) gunt een blik in oprechte religieusiteit van “gewone mensen”.
Mij bekruipt nu de gedachte van alle media aandacht vooral een aanwijzing is van een post-christelijke maar ook post-seculiere maatschappij: Het verhaal van Jezus mag gerust verteld maar vooral geleefd worden zolang het maar niets van doen heeft met het oude verhaal van het christendom (lees institutionele kerk). Het verhaal is ook voor veel mensen verrassend nieuw en daarom ook niet erg bedreigend, zeker als het door herkenbare mensen gepassioneerd en toch bescheiden verteld wordt.
Kortom is het noodzakelijk dat het verhaal van Jezus “werkt” en niet elitair is, of te wel met moet incarneren in onze maatschappij. (Dat gaat overigens verder dan alleen de liedjes… zodra je een uurtje gesproken hebt met Rick is dat ook meteen duidelijk.)