emerging church

Verlangen naar het Koninkrijk

Nico-Dirk van Loo

Recent ben ik gevraagd om mijn droom voor de kerk voor 2020 en verder op te schrijven. Na wat worstelen was dit het resultaat:

My name is God and King, I am most in majesty, in whom no beginning may be and no end” zo opent God de musical Godspell (Schwartz&Tebelak, 1970). De mensheid antwoordt in de proloog met een menselijke kakofonie van Plato tot Nietsche. Dan blaast Johannes de Doper de snerpende Sjofar en het koor reageert met Prepare ye the way of the Lord.

Deze eerste minuten van Godspell schetsen een beeld voor mijn droom van de kerk: De gemeenschap van alle tijden en plaatsen die verlangt naar en leeft voor de Koning en Zijn heerschappij op aarde.  Mijn droom is een kerk die zich afkeert van, wat ik wil duiden als, haar obsessie voor haar zelfbehoud (individueel, institutioneel of subcultureel). Ik kan die obsessie niet (meer) rijmen met het bijbelse verhaal, zij staat wat mij betreft ook terecht onder kritiek van een aantal postmoderne filosofen. Tenslotte beschouw ik de obsessie als ongeloofwaardig nu de kerk geen rol meer speelt in de Nederlandse cultuur anders dan als mikpunt van spot danwel doekje voor het bloeden.

Met de komst van de 21ste eeuw is religie weer terug in het postchristelijke publieke domein dankzij een dubbele transformatie: Na de secularisatie kwam de hertovering. De christelijke subcultuur begint nu de eerste effecten te voelen van deze dubbele transformatie en worstelt er mee. De subcultuur is grofweg ontstaan als reactie op de secularisatie en heeft de tweede transformatie (nog) niet meegemaakt.  Ik pleit er niet voor dat de christelijke subcultuur nu versneld de tweede transformatie doormaakt, dan zou zij wederom kritiekloos en reactief zijn. De subcultuur zou dan na een nauwelijks kritische doordenking van de moderniteit naadloos overgaan naar de postmoderniteit (hypermoderniteit). Ik ben bang dat dit toch zal gebeuren tenzij de kerk zich afkeert het eerder genoemde egocentrisme en dat daardoor in 2020 de rol van de kerk nog verder gemarginaliseerd zal zijn.

Ik geloof dat de kerk voor de uitdaging van een dubbele en gelijktijdige reformatie staat: Van zichzelf en haar context. Semper reformanda of om in postmoderne termen te spreken: Een dubbele deconstructie, van zichzelf en haar omgeving, met het oog op de Koning en Zijn Koninkrijk. Het zal een ongelofelijk rommelig proces zijn dat ook nog eens samenvalt met het verder ineenstorten van vele iconen van de christelijke subcultuur.

Op weg gaan zonder zekerheid maar slechts in de hoop op aankomst is een cruciaal element van zowel het christelijk geloof als deconstructie. Om nu op weg te gaan zal de dubbele deconstructie zich tevreden moeten stellen met een plek in de marge van de Nederlandse maatschappij en de christelijke subcultuur. In die marge zijn de spannende experimenten mogelijk. Aan deze experimenten zou ik drie voorwaarden willen stellen. Als eerste duurzaamheid, een project zal eenvoudig voor langere tijd (10 jaar) vrijwel zelfstandig moeten kunnen draaien. Het is namelijk te verwachten dan in de toekomst de huidige support structuren zwakker zullen worden, vooral voor experimenten die verder af staan van de christelijke subcultuur. Ten tweede zal in het hart van een experiment gevormd moeten worden door de ontmoeting tussen context en kerk waarbij beide ter discussie mogen staan. Ten derde moet er een relatie zijn tussen het experiment de kerk die beiden voedt en aanspreekbaar houdt op het verhaal van Jezus en het Koninkrijk.

Prepare ye the way of the Lord was een droom die pas honderden jaren later in vervulling zou gaan. Voor het komend decennium droom ik van experimenten waardoor in het decennia daarna vanuit de randen van de Lage Landen iets zichtbaar wordt van het rijk van Hem wiens name is God and King.


Leave a Reply