Het beschuldigende Koninkrijk
Meester Eschbach was op lagere school een favoriete leraar. We waren zijn laatste klas vóór zijn pensioen. Ik kan me vooral herinneren dat het erg gezellig was dat jaar. Meester Esbach kon namelijk goed verhalen vertellen. Eén verhaal maakte een verpletterende indruk op mij: Emile Zola die J’accuse in 1898 schreef naar aanleiding van de kwestie Dreyfuss. J’accuse is een bijzonder document in de Franse geschiedenis. Een keerpunt in publieke meningsvorming waar nu de stem van de intellectuelen invloed kreeg.
Enkele jaren eerder werd in 1896 een christelijk analoog geboren. Charles Sheldon een dominee uit Topeka, Kansas bundelde een aantal preken tot het boekje In His Steps met de subtitel What Would Jesus Do. Hiermee gaf hij een impuls aan Walter Rauschenbush en zo werd uiteindelijk het social gospel geboren.
Recent schreef John Caputo What would Jesus deconstruct de postmoderne variant van Sheldons boekje. Een heel leesbare inleiding in postmoderne deconstructie. Het boekje leest zeer vermakelijk en stelt een goedverstaander in staat van continue beschuldiging.
Driemaal een tekst die pijnlijke vragen stelt, een tekst die smeekt en verleidt om geleefd te worden. Driemaal een tekst die kritiek uit én uiteindelijk tot een oordeel komt. Driemaal een tekst die in staat van beschuldiging stelt.
“Ik beschuldig” is een kreet die altijd is blijven nadreunen in mijn ziel. Het leven van Jezus lees ik, mede onder invloed van Caputo, ook als een goddelijk J’accuse. En dan bedoel ik niet alleen de tempelreinigingen en zijn harde woorden voor de religieuze leiders. Ik bedoel juist zijn wonderen en zijn bergrede. Zijn leven stelt een standaard-, een voorbeeld voor het leven van het Koninkrijk. Jezus leeft het goede leven en openbaart daarmee het kwade leven als kwaad. Hij leefde een oordeel uit, een oordeel dat me doet rillen. Ik ril niet vanwege de eventuele dreiging van eeuwig hellevuur, ik ril omdat er geen einde komt aan zijn oordeel.
Jezus leefde een oordeel uit omdat Hij een voorbeeld van het goede leven van het Koninkrijk stelde. Zijn volgelingen doen het eenvoudiger. Ze maken regels en oordelen daarnaar. Het valt ons christenen vaak gemakkelijk om regels te maken. Regels vastgelegd in visies, missies, plannen en belijdenissen. Regels als onuitgesproken en onzichtbare tekens aan de wand geschreven. Ze stellen ons instaat om programma’s voor- en checklistjes te maken van discipelschap. Je kunt dan bijvoorbeeld een leerlijn voor geloven ontwikkelen: Je doet eerst de instapkring, dan de groeikring, de discipelschapskring en tenslotte de leiderschapstraining (alleen voor mannen). Het charmante van regels is dat ze eerst beschuldigen maar als je je eraan houdt dan stellen ze ook gerust “Je bent goed. Blijf de regels maar volgen dan kom je er wel”. De regeldrift perverteert uiteindelijk tot holle levens en witte graven. Het resulteert in gemeenschappen waar angst voor nonconformiteit de veiligheid aanrandt.
Deze move van leven naar regels is handig, het oordeel wordt handelbare handen en voeten gegeven. De beschuldiging van Jezus’ leven hebben we daarmee behapbaar gemaakt. Het is een move die, volgens mij, niet toegestaan wordt door de bijbelse tekst. Jezus maakt juist de move van regels naar leven. Misschien is de bergrede wel het duidelijkste voorbeeld daarvan. Jezus pakt een aantal wetten bij de kop en trekt ze zowel breed als diep om dan tot de ultieme uitspraak te komen “Wees dus volmaakt zoals jullie hemelse Vader volmaakt is”.
Jezus stelt daar een onhandelbare en onhaalbare maat voor het leven van het Koninkrijk. Door het goede te duiden en het ook zelf te leven stelt Hij ons in continue staat van beschuldiging. Ik vindt het een fascinerende paradox van het Koninkrijk: Door het goede te doen, stel je het kwade ten toon.
Maar tegelijkertijd krijgt ieder die met het Koninkrijk een ander wil beschuldigen de wind van voren: Toen Jezus gevraagd werd om een beschuldiging uit te spreken over de vrouw die op overspel betrapt was gaf Hij het magistrale én mysterieuze antwoord: “Wie zonder zonde is werpe de eerste steen”


